Historisch Nieuw-Weerdinge

Grepen uit het verleden van de Drentse veenkolonie Nieuw-Weerdinge


Nutsvoorzieningen

In 1912 was in een vergadering vah het Plaatselijk Belang benoemd, bestaande uit de heren Oostingh, Noorlag, Mulder, Kamst en Smook. Zij moesten onderzoeken hoe in Nieuw-Weerdinge zo goedkoop mogelijk elektriciteit te leveren. Een aantal andere dorpen werden gevraagd hoe het daar geregeld was. Zo bedroegen in Nieuw-Amsterdam de kosten 38 cent per kWh (1,25 cent per uur voor 25 kaarsen lichtsterkte). Goedkoper zou echter zijn de stroom via een laagspanningsnet uit Groningen te laten komen: de kosten hiervoor bedroegen 12,5 cent per kWh (0,9 cent per uur voor een lamp van 32 kaarsen licht).

Er werd veel vergadert, doch een besluit werd niet gevormd. Er ontbrak namelijk een schakel in de keten, namelijk een geldschieter. In 1918 gaf de directie van de Rijks Kolendistributiedienst aan, belang te hebben bij elektriciteitsvoorziening, om hun kantoor te kunnen verlichten. Een stoomcentrale werd gebouwd.

Als machinist van deze machine kwam Meindert Brunia (geboren in 1894 in het Friese Krimswerd) op 15 oktober 1918 naar Nieuw-Weerdinge. Als procuratiehouder en chef van de financiën was O Visser aangesteld. Visser was werkzaam bij het in- en verkoopkantoor. Later in 1928 werd hij tot kassier ban de Boerenleenbank benoemd.

Ambtenaren van de Rijks Kolendistributiedienst, afdeling turf.
Tweede van links op de stoel is O Visser

De centrale van de Rijks Kolendistributie was gevestigd in het pand waar nu DHZ Jan Tiems is gevestigd. De centrale voorzag behalve het kantoor ook de buurt van elektriciteit. Ook op andere plekken in Nieuw-Weerdinge werd toen al stroom gegenereerd. Nabij de Roswinkelerbrug werd in de smederij van Smook middels een zware dieselgenerator stroom opgewekt, bij het Tweede Kruisdiep had dhr. Oostingh een eigen centrale waar ook de buren hun stroom wegkregen. In de omgeving van het Derde Kruisdiep bevredigde een locomobiel met dynamo, in de schuur van Buning, de behoefte aan stroom in de buurt.

Toen in 1921 de Rijk Kolendistributie verdween, veranderde de naam van de centrale in "Coöperatieve Vereniging voor Elektriciteitsvoorzieningen". Meindert Brunia bleef als machinist en inde bovendien ook het stroomgeld. Meters die het stroomverbruik aan te geven waren er echter in die tijd nog niet: het bedrag dat betaald moesten worden werd berekend aan de hand van het aantal lichtpunten dan men in huis had. Naast het runnen de elektriciteitscentrale, was Brunia ook electricien: hij legde elekriciteitsleidingen aan.

Woningen aan het Weerdingerkanaal ZZ tussen de Bloemenkrans en Gedempte Achterdiep, gebouwd in 1917. Ze waren bestemd voor de ambtenaars van de Rijkskolen distributie


In 1927 sloot de centrale in Nieuw-Weerdinge en werd de stroomvoorziening overgedragen aan Groningen. Langzaam maar zeker kregen ook de buitengebieden elektriciteit, in 1934 werden Noordveen en Siepelveen aangesloten op het lichtnet. Roswinkelerveen werd echter pas rond 1950 aangesloten op het net.

Kortom:
Met de komst van de Rijkskolendistributiedienst, de amtenaren die er werkzaam waren en de bouw van de woningen van de ambtenaren ging het Weerdingerkanaal in de buurt van het Eerste Kruisdiep er een grote stap op vooruit.