![]() |
Historisch Nieuw-Weerdinge |
![]() |
|
Grepen uit het verleden van de
Drentse veenkolonie Nieuw-Weerdinge
|
||
|
|
||
|
|
| Gero |
|
In 1947-1948 werd de fabriek gevestigd aan het Eerste Kruisdiep westzijde. In het bedrijf werden roestvrijstalen lepels en vorken geslepen en gepolijst. De hoofdvestiging van de fabriek was in Zeist gevestigd. Bijna 20 jaar later werd het bedrijf uitgebreid met een nieuwe messenfabriek. De opening vond plaats op 3 juni 1966. Deze fabriek kon in alle opzichten eigentijds worden genoemd met moderne apparatuur, veel ruimte en licht. Intussen noodzaakte de marktsituatie tot een onderzoek naar verdere structurele verbeteringen. Dit resulteerde in het besluit van de hoofddirectie in Zeist de roestvrijstalen bestek productie volledig in Nieuw-Weerdinge te concentreren. De fabriek bood op dat moment werk aan 230 mensen. Directeur was toen T.J.M.M Peters. In 1971 werden in Nieuw-Weerdinge uitsluitend roestvrijstalen lepels, vorken en messen gemaakt. De fabriek in Zeist maakte verzilverde bestekken en messen, servies-artikelen ( kleine series ) en vooral ook de technische toeleveringen in Reppel ( België ) werden pannen, schalen e.d. van roestvrijstaal geproduceerd. Bruckmann in Heilbronn ( Duitsland ) produceerde een collectie niet-traditionele geschenkartikelen, keurzilver en technische toeleveringsartikelen. Het bedrijf in Nieuw-Weerdinge draaide goed maar met het totale concern ging het bergafwaarts, in 1969 werd voor het eerst verlies geleden en dit zette enige jaen door, in afwachting van een reorganisatie stak de overheid miljoenen in het bedrijf. Bruckmann ging in 1973 failliet. In oktober 1974 werd de heer J.R. Keuning
directeur . Hij kwam twee maanden later met een gedetailleerd rapport.
Het kwam erop neer dat het bedrijf in Zeist praktisch geheel geliquideerd
zou moeten worden en dat het onroerend goed in Zeist verkocht moest worden.
De productie werd geconcentreerd in Nieuw-Weerdinge en Reppel. Het betekende
ontslag voor ruim 300 mensen in Zeist. In 1976 werden de voorraden en
goede machines overgeplaatst naar Nieuw-Weerdinge. In Emmen werd extra
magazijnruimte gehuurd. Er werkten in 1976 nog 186 werknemers in Nieuw-Weerdinge.
Leek het eerst rooskleurig te gaan, in 1978 kwam er een kink in de kabel.
Er werd teveel geproduceerd, de voorraden werden te groot. Opnieuw moesten
werknemers worden ontslagen. In 1986 werd de Gero overgenomen door Kempen
en Begeer : er werkten toen nog slechts 40 mensen. Vanaf maart 1987 kreeg
het de naam Dremefa, Drentsche Metaalfabriek B.V. Een jaar later in 1988
werden de poorten definitief gesloten van de fabriek, waar veel mensen
uit Nieuw-Weerdinge en omgeving meer dan 25 jaar en enkelen 40 jaar hadden
gewerkt. |
|